Narcose

Al zijn de huidige narcosemiddelen heel wat veiliger dan die van vroeger, 'onder narcose' klinkt nog altijd wat beangstigend. Graag geven wij u wat meer informatie over dit onderwerp.

Volledige narcose: dit betekend dat een dier helemaal buiten bewustzijn is, geen pijn meer kan voelen en alle spieren ontspannen zijn. Het dier krijgt hiervoor eerst een injectie met een kalmerend middel. Vlak voor de operatie wordt een kortwerkend slaapmiddel in de ader gespoten. Daarna wordt via een buisje in de luchtpijp (tube), door het inademen van zuurstof met narcosegassen, de hond of kat in slaap gehouden zo lang het nodig is.

Gasnarcose: maakt het mogelijk de diepte van de narcose, als dat gewenst is, snel aan te passen. 
Voor de meeste operaties, zoals sterilisatie van een teef en verwijdering van tumoren, is een volledige narcose nodig. Uiteraard worden ook de specialistische operaties (zoals aan botten of gewrichten of in de borstholte) onder volledige narcose uitgevoerd.

Sedatie

Een injectie veroorzaakt hier een toestand waarin het dier niet meer door heeft wat er in de omgeving gebeurt. In feite een (lichte of zwaarder) kalmerend effect. Bovendien wordt het dier minder gevoelig voor pijnprikkels. Als het nodig is, kan door plaatselijke verdoving, voor verdere pijnloosheid gezorgd worden.
Voor kleine ingrepen bij de mens is vaak alleen al plaatselijke verdoving voldoende. Zolang wij als dierenarts niet met onze patiënt kunnen afspreken dat hij/zij rustig en stil blijft liggen tot de dokter klaar is, zullen wij het met zo’n kalmeringsprik erbij moeten doen.

De zorg rondom

  • Een volle maag maakt de kans op braken (en daarmee het risico dat braaksel in de luchtpijp terecht komt) tijdens de narcose groter. Daarom mag een hond of kat voor de sedatie of narcose niet eten. Wij adviseren u om uw dier de dag voor de narcose/sedatie rond 18.00 uur te voeren. Daarna niet meer. Uw huisdier moet wel kunnen drinken.
    Let op! Knaagdieren mogen niet nuchter zijn en moeten dus altijd eten tot hun beschikking hebben.
  • Onder invloed van de narcose middelen daalt de lichaamstemperatuur. Daarom is het, zowel tijdens als na een ingreep, belangrijk dat uw huisdier een warm plekje heeft.
  • Ieder dier blijft in de kliniek tot het narcosemiddel zover is uitgewerkt, dat het dier weer bij bewustzijn is en op de omgeving reageert.
  • Na narcose of na een diepere sedatie, zijn de dieren door het spierverslappende effect, soms nog erg wankel of nog niet in staat om te lopen. Die spierzwakte verdwijnt dan in de loop van de daarop volgende uren.
  • Na een behandeling onder sedatie is het mogelijk een soort ‘tegen-injectie’ te geven, waardoor het dier vrijwel direct weer wakker is. Een hond kan dan bijvoorbeeld stevig op zijn/haar poten de kliniek verlaten.  Een nadeel van deze ‘tegen-injectie’ kan zijn dat uw huisdier er onrustig van kan worden.
  • Het is vrijwel altijd mogelijk uw huisdier na de ingreep, dezelfde dag, gewoon even naar buiten te laten om zijn/haar behoefte te doen. 

Sedatie of narcose brengt altijd een zeker risico met zich mee, al blijkt de kans op problemen zeer gering te zijn. Wij doen ons uiterste best om risico’s uit te sluiten, maar ook wij zijn er nooit zeker van dat zich geen onverwachte moeilijkheden voordoen.
Mocht er een groter risico zijn dan normaal (ziekte, ouderdom, hartpatiëntjes), dan zullen wij dat altijd met u bespreken.
Als u uw huisdier brengt, wordt er een algemeen onderzoek verricht. Indien u vlak voor de operatie een bloedonderzoek laat verrichten, waarbij de lever- en nierfuncties worden beoordeeld, verkleint u de kans op complicaties.
Mocht u voor deze optie kiezen, wilt u dit dan tijdig aangeven.