Afbeelding: Arjan Schuttert DAP De Hagmolen

Maag- en darmaandoeningen

Mijn naam is Arjan Schuttert en ik werk als varkensdierenarts bij DAP de Hagmolen. Ik ben getrouwd met Rita Schuttert-Wilps, zij werkt als varkensdierenarts bij DK Hellendoorn-Nijverdal. Samen hebben wij 3 kinderen.

Vanaf het moment dat ik diergeneeskunde ben gaan studeren heb ik de ambitie gehad mij te focussen op de varkensgeneeskunde. Dit is tot nu toe goed gelukt! De differentiatie gaat nog een stapje verder: mijn voorkeurskennisgebied is darmgezondheid. Normaliter gaat er veel aandacht naar luchtwegproblemen. Maar darmgezondheid is zeker zo belangrijk. Elke kilo voer gaat immers door de darm.

 

Even bijpraten

 

PIA
Algemeen wordt erkend dat er een relatie is tussen het optreden van acute PIA en voeding. Wetenschappelijk onderbouwd is een en ander echter niet. In de literatuur wordt aangeven dat grove deeltjes een preventieve werking hebben (5% grof gemalen gerst in het rantsoen). In het algemeen wordt geprobeerd zo fijn mogelijk te malen omdat dit een verhitting geeft en door de fijnere deeltjes de verteringssappen beter hun werk kunnen doen. Op basis van praktijk ervaringen kan het volgende worden gesteld. Eiwit fermentatie moet voorkomen worden in de dikke darm. Daarom makkelijk verteerbaar eiwit geven (wel soja, geen raapzaadschroot of tarwegistconcentraat) zodat eiwit al weg is als ilieum wordt bereikt. Aan de andere kant zorgen voor een goede dikke darm vertering door energie te geven dat trager wordt verteerd. Denk hierbij aan vezel brengers als bietenpulp en tarwegries. Wei is een apart produkt in deze. Mooi eiwit, maar door variatie in opname en samenstelling (zout) een risico t.a.v. acute PIA

Vloeiend spenen & streptococcen
Op Sterksel is een proef gedaan door 6 dagen lang na het spenen melk door te voeren. Er was een positief effekt op groei en voederconversie maar dit werd niet goed gemaakt door de hogere kosten van het melkpoeder. Ook was er geen positief effekt op het optreden van streptococcen hersenvliesontsteking. Carola van der Peet (WUR) stelt dat wellicht het positieve effekt komt doordat de biggen elke 2 uur werden geactiveerd door het melkapparaat en doordat vooral vocht wordt gegeven als je melk geeft. Mogelijk kan het activeren van de biggen en het verstrekken water en ronde open bakjes een zelfde soort effekt geven zonder de melkpoederkosten.

Tijdens deze proef is tevens gebruik gemaakt van een gewoon commercieel voeder, een proefvoeder. In dit proefvoeder waren op basis van ervaringen van de onderzoekers diverse maatregelen genomen t.a.v. streptococcen. Te weten: beter verteerbaar eiwit, ontsloten granen, meer zuren, laurinezuur en meer NSP’s. Het bleek dat dit voer een positief effekt had op het aantal gevallen van hersenvliesontsteking. De groei was met dit voer wel wat lager. Uit andere proeven van de Schothorst met laag energie voer bij pas gespeende biggen bleek dat biggen meer vreten door de lagere energiedichtheid van het voer en hierdoor de voeropname na het spenen stabieler was. (voorkomen speendip). Aan de andere kant wordt gesteld dat na het spenen een laag eiwit en hoog energienivo en het toepassen van boterzuur een positief effekt hebben op de darmvilli. Deze inzichten worden momenteel door enkele voerfirma’s met goed resultaat toegepast.

Darmgezondheid en voeding bij het varken.
De darmen zijn het grootste orgaan van het lichaam. Het heeft een oppervlak ter grootte van een voetbalveld. Elke 6 weken wordt de darmwand vernieuwd. De darm kent 1600 verschillende darmbewoners en in totaal vormen deze miljarden kiemen 2 kg aan bacteriemassa. Er zijn meer darmkiemen dan lichaamscellen. Verder zit 70% van de afweercellen in en naast de darm. De overige 30% is geconcentreerd rond de long.

 

Darmontwikkeling.
Een big komt steriel ter wereld. Meteen na de geboorte wordt de darm gekoloniseerd door de kiemen van de zeug. Helaas zijn de pathogene bacteriën zoals E. Coli, Clostridium en Streptococcen het snelst. Rond het spenen heeft de darmflora zich aangepast aan de melk van de zeug en is redelijk in balans. Met spenen wordt de darmflora ruw verstoord en kunnen pathogene bacteriën gaan overgroeien (monocultuur). De darmvilli worden afgeschaafd waardoor het verteringsoppervlak sterk afneemt. Na het spenen kan hierdoor speendiarree en door verhoogde darmwandpassage hersenvliesontsteking ontstaan. 

Afbeelding: img42[1]

Darmziekten.
Escherichia coli is een normale bewoner van de dikke darm bij alle diersoorten. Bij omstandigheden als hoge infectiedruk of voedingsfouten kan de deze bacterie hard gaan groeien en toxinen produceren. Deze gifstoffen hebben effect in het hele lichaam. De E. coli schaaft ook de darmvilli af, hierdoor ontstaat diarree. Het ziektebeeld heet geboortediarree of speendiarree

Clostridium perfringens behoort ook tot de normale darmflora van de dikke darm. Deze bacterie kan door infectiedruk of voedingsfouten gaan groeien in de darm en hierdoor toxinen produceren. De Nederlandse naam is bloeddiarree. Het ziektebeeld kan zeer heftig zijn bij C. perfringens type C. Bij C. perfringens type A kan het beeld meer lijken op milde geboortediarree

Salmonella spp. komen algemeen voor. Er bestaan meer dan 1000 types. Gelukkig zijn de meeste niet pathogeen. S. typhimurium is echter wel pathogeen voor mens en dier. De meeste zeugen populaties zijn symptoomloos drager. Vleesvarkens kunnen ook drager zijn. Bij hoge infectiedruk of stress kan groen/gele diarree ontstaan met uitval. In Nederland wordt elk bedrijf onderzocht op antistoffen en in een categorie ingedeeld. Dit is uit oogpunt van volksgezondheid om veilig vlees te  produceren.

Lawsonia intracellularis of ileïtis of PIA. Deze bacterie kent 2 ziektebeelden. Chronische ileïtis met als resultaat een verdikte wand in het ilieum en verschil in de koppel. Het acute beeld bestaat uit uitval met donker bloed uit het rectum. Deze bacterie komt ook algemeen voor. Door het moment van infectie en andere omstandigheden (relatie voeding) kan het ziektebeeld ontstaan.

Brachyspira hyodysenteriae komt gelukkig weinig voor in Nederland. Maar als de infectie op een bedrijf voorkomt is deze moeilijk van een bedrijf te verwijderen. Deze bacterie behoort niet tot de normale darmflora in de dikke darm en is altijd pathogeen. Het beeld bestaat uit slijters met betonkleurige tot donkerrode ontlasting. Naast deze Brachyspira komen ook B. pilosicoli en B. innocens voor. Deze geven een milder beeld van voorbijgaande aard.

Afbeelding: Mini%20Pig%202[1]

Voeding.
Van oorsprong is het varken een omnivoor. Tegenwoordig wordt het varken gevoed als een herbivoor. Er worden alleen grondstoffen van plantaardige oorsprong gegeven. Primaire grondstoffen bestaan uit gerst, tarwe, mais en soja. De secundaire grondstoffen hebben een bewerkingsstap ondergaan. Denk hierbij aan bietenpulp, tarwezetmeel en aardappelstoomschillen. Als er nog een bewerking heeft plaatsgevonden noemt men dit tertiaire grondstoffen. De bekendste is tarwegistconcentraat. Naar verwachting zal er in de toekomst meer gebruik gemaakt moeten worden van deze laatste groep. Door een groeiende wereldbevolking en productie van bioethanol  is er steeds meer druk op de primaire grondstoffen. Echter door de bewerkingsstappen veranderen de grondstoffen wel van karakter. Tarwe is bijvoorbeeld een energieprodukt, terwijl tarwegistconcentraat een eiwitprodukt is. Elke grondstof heeft naast een voedingswaarde ook een effekt op de darmwand en darmflora. Er komen steeds meer aanwijzingen dat bacteriën als E. Coli, Streptococcus suis en Lawsonia intracellularis kunnen worden beïnvloed door de keuze van grondstoffen. Ook de groep van NSP’s (non starch polysacchariden) krijgt steeds meer aandacht. Dit is een groep van vezelachtige stoffen. Deze stimuleren de fermentatie in de dikke darm en zorgen voor een stabielere darmflora. Lactobacillen en Bacteriodes zijn gewenste darmbacterïen en kunnen worden gestimuleerd door NSP’s, maar ook pre- en probiotica. Denk hierbij aan het inzetten van zuren en middellangketenvetzuren.